CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Biezekapelstraat 4 te 9000 Gent

 

Artikel 12. Verplichtingen

 

Tijdens de wachtperiode voldoet het voorlopig bestuursorgaan aan de volgende verplichtingen:


1° het voorlopig bestuursorgaan meldt binnen dertig dagen alle wijzigingen die van belang zijn voor de beoordeling van de erkenningscriteria, vermeld in artikel 7, aan de Vlaamse Regering, het representatief orgaan, de financierende overheid en in voorkomend geval de adviserende gemeente;

 

2° het voorlopig bestuursorgaan vergadert zo dikwijls als nodig is om te voldoen aan de vereisten van de erkenningscriteria, vermeld in artikel 7, en ten minste een keer per kwartaal;

 

3° het voorlopig bestuursorgaan stelt een verslag op van de vergaderingen, vermeld in punt 2°, en bezorgt dat binnen tien dagen aan de Vlaamse Regering, het representatief orgaan, de financierende overheid en in voorkomend geval de adviserende gemeente;

 

4° het voorlopig bestuursorgaan draagt zorg voor het archief.

 

 

Erkenningsverplichtingen

In E.Art. 7 , worden de erkenningsverplichtingen opgesomd. Elke significante wijziging die optreedt tijdens een vooruitschrijdende periode van 30 dagen moet worden meegedeeld aan de bevoegde instanties (zie E.Art. 12, 1°).

Deze mededelingsplicht geldt gedurende de ganse wachtperiode van 4 jaar. Maar na deze wachtperiode en mits erkenning moet de lokale geloofsgemeenschap blijven voldoen aan de eis van transparantie.

Deze wijzigingen betreffen:

1.      De juridische structuur die haar toelaat om in volledige transparantie langdurig te werken onder toezicht van de Vlaamse Overheden (zie E.Art. 7, 1° en 2°, en infra);

2.      De onafhankelijke financiering als toekomstige lokale geloofsgemeenschap (zie E.Art. 7, 3° en 9°);

3.      Het ontbreken van banden met binnenlandse of buitenlandse organisaties die de Westerse cultuur verwerpen en / of bestrijden (zie E.Art. 7, 5°);

4.      Een schriftelijke verklaring waarmee de leden van het voorlopig bestuursorgaan zich ertoe verbinden om deze verplichtingen na te leven (zie MvT, p. 6);

5.      Het aantonen van haar maatschappelijke relevantie met een mathematische ondergrens (zie E.Art. 7, 4°);

6.      Het onderhoud van eventueel ter beschikking gestelde gebouwen worden en het gebruik waarvoor deze gebouwen oorspronkelijk bestemd zijn; (zie E.Art. 7, 4° littera c);

7.      In verband met de bedienaars of hun vervangers wordt opgelegd dat de bedienaars van de eredienst en hun vervangers voldoen, indien van toepassing, aan de inburgeringsplicht vastgelegd in het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid (zie E.Art. 7, 8°) .

Vergaderen

Het voorlopig bestuursorgaan komt regelmatig bijeen om haar verplichtingen / rechten te onderzoeken en bij te stellen indien nodig. Zij vergadert minstens éénmaal per trimester (zie E.Art 12, 2°).

De voorzitter en / of de secretaris:

·         stellen in principe de agenda samen, maar de andere bestuursleden kunnen punten (bijkomend) agenderen;

·         nodigen de bestuursleden uit op deze vergadering en nemen daartoe een zekere uitnodigingstijd in acht;

·         de secretaris notuleert en verzendt een ontwerpkopie van deze notulen die door hem en de voorzitter ondertekend zijn, naar de bevoegde instanties binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de dag na de dag van de vergadering (zie E.Art. 6, 1ste lid en E.Art. 12, 3°);

·         de bevoegde instanties zijn: de Vlaamse Regering, het representatief orgaan, de financierende overheid en in voorkomend geval de adviserende gemeente (zie E.Art. 12, 3°).

Raadpleeg  Eredienstendecreet, art. 17 , art. 18, art. 19, art. 20, art. 21, art. 22, en art. 23.

Bewaarplicht

Het voorlopig bestuursorgaan bewaart haar archief (zie E.Art. 12, 4°). Deze archiefstukken omvatten alle stukken, documenten, akten, bescheiden, registers die de erkenningzoekende lokale geloofsgemeenschap moet bewaren en voorleggen om haar transparantie te (kunnen) bewijzen.

Bewaring juridisch statuut

De lokale geloofsgemeenschap moet haar juridisch statuut op elk verzoek van de toezichthouders en de bevoegde instanties kunnen staven (E.Art. 7, 1°). Zij moet aantonen dat deze juridische structuur haar toelaat om een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid te zijn in de zin van art. 3 van het Eredienstendecreet.

Deze verplichting geldt niet alleen voor haar als erkenningzoekende, maar ook voor alle structuren of instellingen die met haar rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn.

Opdat de bevoegde overheid zou kunnen weten welke juridische entiteiten aan de erkenning zoekende en de erkende lokale geloofsgemeenschap (financieel) verbonden zijn, moet de betrokken lokale geloofsgemeenschap over deze verbonden structuren transparant zijn (MvT, p. 27).

 

 

 

© PéDéWé 03.2022. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar E.Art. 11

Home

Naar E.Art. 13