CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Biezekapelstraat 4 te 9000 Gent

 

Artikel 21. Identificatie van personen en gebouwen

 

De personeelsleden van de bevoegde instantie kunnen de volgende handelingen stellen:

 

1° de identiteit opnemen;

2° de voorlegging van officiële identiteitsdocumenten vorderen;

3° als de identiteit niet kan worden vastgesteld, conform punt 1° of 2°, de identiteit achterhalen met de hulp van niet-officiële documenten die hen vrijwillig worden voorgelegd als de te identificeren personen geen officiële identificatiedocumenten kunnen voorleggen of als aan de authenticiteit ervan of aan de identiteit van die personen wordt getwijfeld. Met toepassing van artikel 25 kan getracht worden om de identiteit van die personen te achterhalen met beeldmateriaal, ongeacht de drager ervan.

4° het vorderen van transparantie over verbonden juridische structuren van de besturen van de eredienst indien dit proportioneel en noodzakelijk is en mits voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 19, tweede lid, 2° ;

5° het vorderen van transparantie over verbonden juridische structuren van de lokale geloofsgemeenschap, vermeld in artikel 18, eerste lid, 1° en 2° ;

6° het vorderen van transparantie over de door het bestuur van de eredienst en de lokale geloofsgemeenschap gebruikte infrastructuur.

 

De documenten, vermeld in het eerste lid, 2°, worden onmiddellijk na de verificatie van de identiteit teruggegeven aan de betrokkene.

 

 

Identificatie van personen

De identiteitscontrole gebeurt in eerste instantie aan de hand van de officiële identiteitsdocumenten. Slechts wanneer deze niet kunnen worden voorgelegd of wanneer er twijfel rijst rond de authenticiteit van die documenten kan worden overgegaan tot de uitbreiding van de controlemiddelen (zie MvT, p. 55).

Het Erkenningsdecreet voorziet in E.Art. 47 de wijze waarop de identiteit van personen wordt bijgehouden en jaarlijks wordt neergelegd.

De documenten die de identificatie mogelijk maken, worden na de verificatie aan de betrokkene teruggegeven (zie E.Art. 21, laatste lid).

Uitbreiding middelen

De identificatie van personen zal meestal gebeuren op basis van voorgelegde identificatiebewijzen. Bij gebrek aan een dergelijk document, kunnen ook andere papieren dragers gebruikt worden om personen te identificeren, bv. reisdocumenten, een rijbewijs (zie E.Art. 21, 1ste lid, 1° en 2°) .

Indien deze middelen niet voldoen, kan ook gebruik gemaakt worden van audiovisuele middelen (zie E.Art.25 en E.Art. 21, 1ste lid, 3° in fine).

Verwijzing naar E.Art. 25.

Dit artikel regelt het gebruik van audiovisuele middelen bij de uitoefening van het toezicht. Audiovisuele middelen zijn niet meer weg te denken in de uitoefening van het toezicht, maar het gebruik ervan wordt goed omschreven om misbruiken en schendingen van de privacy te voorkomen (MvT, p. 56).

Authenciteit

Authentiek betekent echt, betrouwbaar, niet vervalst, geloofwaardig, waarachtig. De waarachtigheid van een voorgelegd document onderzoeken is aan interpretatie onderhevig. Ogenschijnlijk kan een voorgelegd document echt of onecht ogen.

De reden voor een bijkomend onderzoek is tweeërlei: ofwel wordt getwijfeld aan de echtheid van de voorgelegde papieren, ofwel wordt getwijfeld aan de identiteit van de persoon die deze papieren documenten voorlegt en / of er zich mee identificeert.

Beide opties leiden naar een non-identificatie van de persoon die deze documenten voorlegt of in bezit houdt (zie E.21, 1ste lid, 3°).

Audiovisuele middelen

De audiovisuele vaststellingen worden wat hun verwerking betreft onderworpen aan dezelfde regels die volgens artikel 5 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming gelden voor persoonsgegevens, d.w.z. dat ze slechts voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en vervolgens niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze mogen worden verwerkt.

De vaststellingen gebeuren binnen een welomschreven toezichtsopdracht opgenomen in E.Art. 18, 2de lid.

Een andere verwerking dan binnen deze opdracht is slechts mogelijk voor historisch, statistisch of wetenschappelijk onderzoek of wanneer die verwerking kan worden gebaseerd op een andere rechtsgrondslag (MvT, p. 56).

Audiovisueel middel, definitie

Naar analogie met de definitie van artikel 47sexies van het Wetboek van Strafvordering kan een audiovisueel middel worden omschreven als een technisch hulpmiddel bestaande uit een configuratie van componenten die audiovisuele signalen detecteert, deze transporteert, hun registratie activeert en de signalen registreert (zie MvT, p. 56).

Beperking van het toezicht

In navolging van het arrest van het Grondwettelijk Hof van 19 december 2019 kan deze bevoegdheid enkel worden aangewend voor het toezicht op de naleving van de (erkennings)verplichtingen die gelden voor de erkenningszoekende lokale geloofsgemeenschappen en voor de besturen van de eredienst (MvT, p. 54).

Bij het uitoefenen van het toezicht moet er steeds rekening gehouden worden met het recht op vrijheid van de eredienst, de vrije openbare uitoefening ervan en de organisatorische autonomie van godsdienstige geloofsgemeenschappen, die gewaarborgd worden door de Grondwet en door de internationale mensenrechtenverdragen (zie MvT, p. 13).

De uitoefening van het fysieke toezicht wordt beperkt. In geen geval mag een controletoezicht ter plaatse de aan gang zijnde eredienst verstoren (zie E.Art. 18, 3de lid).

De personeelsleden van de bevoegde instantie hebben niet de bevoegdheid om gebouwen of ruimtes te betreden die bestemd zijn als private woning ongeacht wie deze woning betrekt (de bedienaar van de eredienst of andere personen) (zie MvT, pp. 14, 24 en 55 en E.Art. 18, 3de lid).

Toezicht, geen strafonderzoek bevolen door een onderzoeksrechter

Dit artikel machtigt de personeelsleden van de ISD niet om bijzondere opsporingsmethodes, in het bijzonder observaties in de zin van artikel 47sexies van het Wetboek van Strafvordering uit te voeren.

De toekenning van de mogelijkheid om bij de uitoefening van het toezicht audiovisuele middelen te gebruiken doet geen afbreuk aan artikel 47ter en volgende van het Wetboek van Strafvordering (zie MvT, p. 56).

Transparantie omtrent juridische structuren

De ISD onderzoekt niet alleen de identiteit van personen, zij houdt ook toezicht op de juridische structuren die met het bestuur van de Eredienst of van de erkenningzoekende lokale geloofsgemeenschap rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn (zie E.Art.21, 1ste lid, 4° en 5°).

Het onderzoek naar de gedegenheid van de juridische structuren wordt beperkt tot deze voorzien in E.Art. 19, 2de lid, 1° en 2°, omtrent het toezicht op erkenningzoekende lokale geloofsgemeenschappen, waarnaar verwezen wordt.

En naar E.Art. 19, 2de lid, 3°, omtrent het toezicht op de correcte toepassing van hoofdstuk 3 van het Erkenningsdecreet door de erkende besturen van de eredienst, waarnaar verwezen wordt.

Identificatie van de infrastructuur (gebouwen)

E.Art. 21, 1ste lid, 6° bevestigt de mogelijkheid om een lijst van alle gebouwen die het bestuur van de eredienst of de erkenningzoekende lokale geloofsgemeenschap gebruikt, op te vragen om er toezicht te houden.

Eigendom is geen vereiste. Alle gebouwen die gebruikt worden door het bestuur van de eredienst of door de erkenningzoekende lokale geloofsgemeenschap, is een voldoende voorwaarde. Gebouwen in eigendom, gehuurd, ter beschikking gesteld, louter gebruikt, voldoen aan de voorwaarde (zie E.Art.7, 6° en Art. 8, 2de lid, 5° en 6°).

Het Erkenningsdecreet voorziet in E.Art. 16, 4° dat een bewijs van zakelijke rechten op gebouwen moet voorgelegd kunnen worden.

Hieronder vallen (zie E.Art. 20 en MvT, p. 55):

·         alle gebouwen bestemd voor de uitoefening van de eredienst;

·         de infrastructuur gebruikt door het bestuur van de eredienst. Tijdens de wachtperiode betreft dit de infrastructuur die werd opgenomen in de aanvraag tot erkenning;

·         de ruimtes die ter beschikking gesteld worden door de financierende overheid waar de leden van de geloofsgemeenschap ontvangen kunnen worden, waar het bestuursorgaan kan vergaderen en waar het archief van het bestuur van de eredienst kan worden bewaard;

·         de ruimtes waar de bestuursorganen hun decretale taken uitvoeren.

 

 

 

© PéDéWé 03.2022. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar E.Art. 20

Home

Naar E.Art. 22