CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Biezekapelstraat 4 te 9000 Gent

 

Artikel 25. Vaststellingen met audiovisuele middelen

 

De personeelsleden van de bevoegde instantie kunnen vaststellingen doen met audiovisuele middelen. De identificatie van het gebruikte audiovisuele middel, de start en het einde van een opname worden vermeld in een verslag. Tenzij de controle daardoor in het gedrang zou komen, wordt iedereen die betrokken is in een onderzoek op de hoogte gebracht van de inzet van audiovisuele middelen. Die kennisgeving gebeurt voorafgaand aan of op het ogenblik van het gebruik van de audiovisuele middelen.

De audiovisuele vaststellingen hebben alleen bewijswaarde op voorwaarde dat ze in afdoende mate steun vinden in andersoortige bewijsmiddelen.

De toepassing van dit artikel mag nooit leiden tot de observatie of het direct afluisteren, vermeld in artikel 47sexies en 90ter, van het Wetboek van Strafvordering.

 

 

 

Audiovisuele middelen

Naar analogie met de definitie van artikel 47sexies van het Wetboek van Strafvordering kan een audiovisueel middel worden omschreven als een technisch hulpmiddel bestaande uit een configuratie van componenten die audiovisuele signalen detecteert, deze transporteert, hun registratie activeert en de signalen registreert (MvT p. 56).

Het gebruik van een dergelijk middel leunt aan tegen de observatieregels van personen om inbreuken of onwettelijke feiten vast te stellen. Zie daartoe het Wetboek van Strafvordering.

Het E.Art. 25, laatste lid, vermeldt uitdrukkelijk dat het gebruik van een dergelijk audiovisueel middel geen aanleiding mag geven van de in artikel 47sexies, 1, W.Strafvordering bedoelde observatie of van de afluisterpraktijk omschreven in art. 90ter, W.Strafvordering.

In het Wetboek van Strafvordering zijn volgende bepalingen opgenomen:

W.Strafvordering, art. 47sexies, 1.

Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van n of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen of gebeurtenissen.

Een stelselmatige observatie in de zin van dit wetboek is een observatie van meer dan vijf opeenvolgende dagen of van meer dan vijf niet-opeenvolgende dagen gespreid over een periode van een maand, een observatie waarbij technische hulpmiddelen worden aangewend, een observatie met een internationaal karakter, of een observatie uitgevoerd door de gespecialiseerde eenheden van de federale politie.

Een technisch hulpmiddel in de zin van dit wetboek is een configuratie van componenten die signalen detecteert, deze transporteert, hun registratie activeert en de signalen registreert, met uitzondering van de technische middelen die worden aangewend om een maatregel als bedoeld in artikel 90ter uit te voeren.

W.Strafvordering, art. 90ter, 1.

De onderzoeksrechter kan, onverminderd de toepassing van artikelen 39bis, 87, 88, 89bis en 90, met een heimelijk oogmerk, niet voor het publiek toegankelijke communicatie of gegevens van een informaticasysteem of een deel ervan met technische hulpmiddelen onderscheppen, er kennis van nemen, doorzoeken en opnemen of de zoeking in een informaticasysteem of een deel ervan uitbreiden.

Bewijswaarde

Het gebruik van audiovisuele middelen is slechts bewijskrachtig als het steunt op andere toegelaten bewijsmiddelen of vaststellingen (zie E.Art. 25, 2de lid). Dit wil zeggen, enerzijds gesteund op een reeds vastgestelde onwettelijke gebeurtenis, anderzijds gesteund op een zwaar vermoeden van een onwettelijke gebeurtenis.

PV van vaststelling

Het gebruik van een audiovisueel middel wordt opgenomen in een proces-verbaal. Dit wil zeggen dat de toezichthouder het gebruik van het middel moet certificeren. Hierbij wordt vermeld:

1.      wat de aanleiding is om een dergelijk middel te gebruiken,

2.      het gebruikte audiovisuele middel,

3.      wat de (vermoedelijke) gebruiksperiode is van het middel, met begin- en einddatum,

4.      of aan de mededelingsplicht voorzien in E.Art. 25, 1ste lid, 3de zin, wordt voldaan,

5.      de gebruikelijke meldingen van een proces-verbaal, hetzij datum, naam en functie toezichthouder(s), persoon of plaats waarop toezicht wordt gehouden.

Observatieduur

Het Wetboek van Strafvordering bepaalt in art. 47sexies, 2de lid een observatieduur, namelijk meer dan 5 vijf opeenvolgende dagen of meer dan 5 vijf dagen gespreid over een maand. Het artikel ad hoc neemt deze bepaling niet over.

Geen observatie of afluisterpraktijk bedoeld in het Wetboek van Strafvordering

In tegendeel, ze vestigt de wettelijke feitelijkheid dat het gebruik van het audiovisuele middel geen aanleiding mag geven tot een observatie of tot afluisterpraktijk zoals bepaald in het Wetboek van Strafvordering (zie E.Art.25, laatste lid).

Waar ligt de grens? En wat indien men beroep doet op de medewerking van derden die wel tot deze praktijken kunnen of mogen overgaan (zie E.Art. 26)?

 

 

PDW 03.2022. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar E.Art. 24

Home

Naar E.Art. 26