CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Biezekapelstraat 4 te 9000 Gent

 

Artikel 30. Financiële gevolgen

 

Als de erkenning wordt opgeheven of opgeschort, vordert de financierende overheid de toelagen terug die in voorkomend geval al zijn uitbetaald voor toekomstige uitgaven.

 

 

De terugbetaling aan de financierende overheid

De financierende overheid, hetzij de Stad of de Provincie, betoelaagt het bestuur van de eredienst en dekt haar exploitatietekorten of draagt bij aan de investeringen (zie Eredienstendecreet, art. 52/1).

De financierende overheid die de te maken kosten prefinanciert op basis van de geraamde kosten in het budget en / of die de investeringen meebetaalt, vordert de niet-vervallen delen terug gedurende de opschorting of bij de opheffing van de erkenning (zie E.Art. 30, in fine).

Let wel! Alleen het gedeelte van de toelagen dat valt binnen de opschortingstermijn of dat verschuldigd wordt vanaf de datum van opheffing van de erkenning moet terugbetaald worden.

De terugbetaling van deze sommen is een pro rata temporis-regeling. Dit wil zeggen een terugbetalingsregeling volgens het verloop van de tijd.

pro rata temporis: rechtswetenschap: iets dat in evenwichtige verhouding staat met de in aanmerking te nemen tijd daarvoor

Voorbeeld

De geraamde exploitatiekosten belopen 1.000,00 €/maand. De financierende overheid betaalt gans het jaar op 01 februari, hetzij € 12.000,00. De erkenning wordt ingetrokken vanaf 01 mei. De financierende overheid eist de restbetoelaging terug, hetzij 8 van de 12 maanden, namelijk 8 / 12 x 12000= € 8.000,00.

De betoelaging vanaf 01 januari tot en met 30 april is terecht toegekend. De intrekking van de erkenning vanaf 01 mei maakt de betoelaging tot 31 december achterhaald.

Andere gevolgen

Bij toepassing van het Eredienstendecreet, Art. 52/1 kan de financierende overheid onroerende goederen aan een bestuur van de eredienst ter beschikking stellen. Aan deze ter beschikking stelling komt in principe een einde wanneer de erkenning wordt opgeheven.

Hetzelfde lot kan beschoren zijn aan de woonstvergoeding en de secretariaatsvergoeding.

Art. 52/1, § 4 van het Eredienstendecreet bepaalt dat bij toepassing van E.Art. 29, § 1, 1ste lid, de verplichtingen van de financierende overheid kunnen opgeschort of opgeheven worden.

 

 

 

© PéDéWé 03.2022. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar E.Art. 29

Home

Naar E.Art. 31