CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Biezekapelstraat 4 te 9000 Gent

 

Art. 15. (de vertegenwoordiging van de kerkraad)

De kerkraad wordt vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris van de kerkraad in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen.

De voorzitter en de secretaris, die samen optreden, zijn belast met de uitvoering van de besluiten van de kerkraad.

De bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de kerkfabriek worden ondertekend door de voorzitter en meeondertekend door de secretaris.

Onverminderd artikel 12, tweede lid, wordt de voorzitter die verhinderd is, vervangen door het oudste lid in leeftijd van de kerkraad en wordt de secretaris die verhinderd is, vervangen door het jongste lid in leeftijd van de kerkraad.

 

De kerkraad is het orgaan van de kerkfabriek. De voorzitter en de secretaris kunnen gelijk gesteld worden aan de bestuurders of de afgevaardigde beheerders van een vennootschap. Zij treden gezamenlijk op bij het uitvoeren en de opvolging van de besluiten van de kerkraad.

Bij elke handeling, gerechtelijk (zie Decreet, art. 64) of buitengerechtelijk (zie Decreet, art. 23, 2de lid en art. 39, 4de lid), vertegenwoordigen zij de kerkraad. De voorzitter en de secretaris ondertekenen de bekendmakingen, de akten en de briefwisseling van de kerkfabriek. Zij kunnen hun (dagelijkse) bevoegdheden noch geheel, noch gedeeltelijk, noch permanent, noch tijdelijk overdragen aan een ander lid van de kerkraad (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 13/10/2005).

Indien de voorzitter en / of de secretaris belet zijn, dan worden ze vervangen respectievelijk door het oudste lid en het jongste lid van de kerkraad. Daarbij moet enerzijds de cumulregel zoals voorzien in art. 12, 2de lid van het Decreet gerespecteerd worden en anderzijds de quorumregel zoals voorzien in art. 19 van het Decreet in acht genomen worden.

 (zie Decreet, art. 20; Omzendbrief BA-2005/01 dd 25.02.2005, littera B, punt 1.3)

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 14

Home

Naar Art. 16