CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

Art. 32. (de bevoegdheden van het centraal kerkbestuur)

Het centraal kerkbestuur is bevoegd voor de volgende aangelegenheden:


1° het gecoördineerd indienen bij de gemeenteoverheid van een meerjarenplan van de kerkfabrieken en de wijzigingen van het plan;

2° het gecoördineerd indienen bij de gemeenteoverheid van het budget van de kerkfabrieken en de budgetwijzigingen;

3° het gezamenlijk indienen bij de gemeenteoverheid van de jaarrekeningen van de kerkfabrieken;

4° het vaststellen van de bijdrage in de werkingskosten van het centraal kerkbestuur ten laste van de kerkfabrieken;

5° het aanwerven van personeel van het centraal kerkbestuur en het ter beschikking stellen van dat personeel aan de kerkfabrieken 1;

6° het verlenen van administratieve en technische ondersteuning bij de werking van de kerkfabrieken;

7° de indeplaatsstelling van een in gebreke blijvende kerkfabriek voor het indienen van het meerjarenplan, het budget en de budgetwijzigingen;

8° het coördineren van het beleid van de kerkfabrieken van de gemeente, in het bijzonder wat betreft het beleid met betrekking tot het roerend en onroerend patrimonium van de kerkfabrieken van de gemeente, met inbegrip van het bepalen van de prioritaire investeringen 2;

de bevoegdheden die gedelegeerd werden met toepassing van artikel 39, derde lid 2.

Als er in een gemeente geen centraal kerkbestuur wordt opgericht, worden het meerjarenplan, het budget, de budgetwijzigingen en de jaarrekening door de kerkraad ingediend bij de gemeenteoverheid.

 

1. 2de zinsdeel ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013.

2. Ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013.

 

Bevoegdheden

 

Het centraal kerkbestuur heeft limitatief opgesomde bevoegdheden: het kan geen andere bevoegdheden uitoefenen dan deze, die bepaald zijn in het decreet (zie Omzendbrief BA 2005/01 dd 25.02.2005, Littera B, pt. 2.1).

 

Deze handelingen vallen uiteen in een extern en een intern takenpakket. De externe taken staan in een direct verband met de kerkraden: een coördinerende rol, een toezichthoudende rol met een helpende hand, een indeplaatsstelling en ten slotte een leidinggevende rol. De interne taken zijn inherent aan het goed beheer van het centrale kerkbestuur.

 

Het centraal kerkbestuur speelt een belangrijke rol als coördinator tussen de kerkraden en de religieuze of burgerlijke overheden (zie Decreet, art. 32, 1° - 3°). Of helpt de kerkraden (Decreet, art. 32, 6°). Daarenboven springt ze in bij niet uitgevoerde accountantshandelingen door een kerkraad: opstellen van budget, budgetwijzigingen en het meerjarenplan (zie Decreet, art. 32, 7°).

 

De andere bevoegdheden, namelijk het vaststellen van de bijdrage in de werkingskosten van het CKB maar ten laste van de kerkfabrieken of het aanstellen van personeel zijn meer intern gericht en inherent aan een goed beheer van het centraal kerkbestuur (zie Decreet, art. 32, 4° en 5°, eerste zinsnede).

 

Coördinerende rol

 

De coördinerende rol wordt dubbel omschreven, vooreerst het gezamenlijk indienen van kasstukken, boekhoudkundige bescheiden en accountantsakten (zie Decreet, art. 32, 1° - 3°), en vervolgens het overleg met de burgerlijke overheden (zie Decreet, art. 33 en 33/1).

 

De coördinerende bevoegdheid mag niet onderschat worden. Indien het CKB akten gemeenschappelijk moet indienen, er de verantwoordelijkheid moet voor dragen door ze te vervatten in een tabel (zie Decreet, art. 42), dan geeft dat aanleiding tot een nazicht van de in te dienen bescheiden.

 

Het afdwingen van respect voor verval- of verjaringsdagen, het waken over de decretaal bepaalde termijnen, het nazicht van de vormvereisten (voldoende aantal exemplaren; handtekeningen door de juiste personen), het bewaren van de inhoudelijke correctheid van de overtuigingsstukken, het nazicht naar de overeenstemming van de stukken met het meerjarenplan en / of de budgetten zijn aandachtspunten die de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de akten moeten waarborgen.

 

Het overleg vooraleer de meerjarenplannen en / of de budgetten worden ingediend (zie Decreet, art. 33, 2de lid) enerzijds, of anderzijds het overleg minstens tweemaal per jaar met de gemeenteoverheid (zie Decreet, art. 33, 1ste lid) is een andere zeer belangrijke opdracht.

 

Ter beschikkingstelling van personeel

 

Artikel 32, 5° werd uitgebreid. Het personeel van het CKB kan nu ook ter beschikking gesteld worden aan de kerkfabrieken (ibidem, 2de zinsnede).

 

Zo is het mogelijk om één organist aan te stellen voor de bediening van meerdere parochiekerken. De kerkfabrieken moeten niet meer individueel tussenkomen bij het aangaan van een arbeidscontract. Eén contract aangegaan met het CKB volstaat. In de toekomst kunnen de boekhoudingen bijgehouden worden door één aangestelde boekhouder van het CKB. De boekhouder gaat rond bij de kerkfabrieken en houdt de boekhoudkundige bescheiden bij. De penningmeester van de parochie behoudt het toezicht en voert eventueel financiële bewerkingen uit.

 

Leidinggevende rol

 

De leidinggevende functie vloeit voort uit de nieuwe benadering. Het CKB vertegenwoordigt niet alleen meer, maar neemt ook actief deel aan het beheer van de kerkfabrieken. Ze coördineert het beleid van de kerkfabrieken van de gemeente (zie Decreet, art. 32, 8°) en komt actief tussen om bepaalde beheersdaden te (laten) stellen volgens een voorkeurvolgorde of treedt namens de kerkfabriek op (zie Decreet, art. 32, 9°).

 

Een groot deel van de uitgaven van de kerkfabrieken hebben betrekking op het onderhoud (en de restauratie of renovatie) van het patrimonium. Het CKB centraliseert de verzuchtingen van de kerkfabrieken en wordt door hen decretaal gemandateerd om de prioriteiten vast te leggen wat betreft het onderhoud en de restauratie van de kerken.

 

Concreet kan het gaan over de precieze planning van de investeringen, over de samenwerking met gemeentelijk diensten, over het tijdstip en de wijze van uitbetaling van de toelage(n), over maximumbedragen voor bepaalde uitgaven, enz.

 

Aanneming van werken

 

Daarenboven wordt verwezen naar art. 39, 3de lid van het Decreet. Daar wordt vermeld dat de kerkfabriek bepaalde handelingen kan overdragen aan het CKB, namelijk de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten worden gegund en de voorwaarden die daarmee in verband staan. Het CKB kan de procedure instellen, de opdracht gunnen, en de werken opvolgen al of niet in samenwerking met de stedelijke overheid (toepassing van het Decreet, art. 32, 9°).

 

Gebonden bevoegdheid

 

Het centraal kerkbestuur is een cruciale factor in de ontwikkeling van een langetermijnvisie, onder meer op het beheer en het gebruik van de gebouwen van de eredienst in de gemeente.

 

Het centraal bestuur kan afspraken maken namens de betrokken besturen van de eredienst en die afspraken zijn in principe bindend. Ze moeten dus niet meer telkens expliciet worden goedgekeurd door de afzonderlijke besturen (en maken ook geen deel meer uit van het meerjarenplan) (zie Memorie van toelichting van 14.09.2011).

 

In tegenstelling tot het verleden, moeten de kerkfabrieken coördinatietussenkomsten van CKB bij de gemeente respecteren en uitvoeren of laten uitvoeren. Dit wil zeggen dat de kerkfabrieken er niet meer kunnen vanaf wijken, dan mits het aantonen van een grove nalatigheid vanwege het CKB (zie Decreet, art. 33/1).

 

Langetermijnvisie

 

De tussenkomst betreffende het beleid van de kerkfabrieken van de gemeente, betreffende het opstellen van een lijst met prioritaire investeringen, worden gedaan onder gebonden bevoegdheid van de kerkfabrieken.

 

Ook van het centraal kerkbestuur wordt dus verwacht dat het beleid voert, waarbij in overleg met het gemeentebestuur en de betrokken kerkfabrieken een langetermijnvisie ontwikkeld wordt, onder andere op het gebied van het beheer en het gebruik van de gebouwen van de eredienst.

 

Die opdracht veronderstelt dat ook in het centraal kerkbestuur voldoende continuďteit bestaat om de voorgeschiedenis van belangrijke dossiers mee op te volgen. Verder houdt coördinatie ook in dat het centraal kerkbestuur de kerkfabrieken bij zijn beleid betrekt en overleg pleegt met de kerkfabrieken (zie Decreet, art. 33/1).

 

Indeplaatsstelling

 

Het centraal kerkbestuur springt in bij niet uitgevoerde accountantshandelingen door een kerkraad: opstellen van budget, budgetwijzigingen en het meerjarenplan (zie Decreet, art. 32, 7°).

 

Onvoorziene omstandigheden verplichten het CKB om tussen te komen bij het opstellen en het onderhouden van de boekhouding van de kerkfabrieken. Ziekte of een andere beroepsinvulling confronteren de kerkraden met een minder actieve penningmeester. Het CKB biedt een helpende hand.

 

De fusie van parochies zal aanleiding geven tot een taakverzwaring voor de penningmeester. De facturatie, de betalingen, de boekhoudkundige bewerkingen van verschillende uitbatingzetels (de hoofdkerken en de bijkerken) zullen door één penningmeester moeten worden uitgevoerd.

 

Misschien zal moeten gedacht worden aan één door het CKB aangestelde boekhouder voor meerdere fusieparochies (zie Decreet, art. 32, 5°, 2de zinsnede en supra: Ter beschikkingstelling van personeel).

 

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 31

Home

Naar Art. 33