CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

Art. 33/1. (De bindende afspraken en de rapportering)1

Het centraal kerkbestuur kan, ook namens de kerkfabrieken die eronder vallen, afspraken maken met de gemeenteoverheid. Die afspraken zijn bindend voor het centraal kerkbestuur, het gemeentebestuur en de betrokken kerkfabrieken. Het centraal kerkbestuur bezorgt de gemaakte afspraken aan alle betrokken kerkfabrieken. De wijze van kennisgeving wordt bepaald in overleg tussen het centraal kerkbestuur en de kerkfabrieken die eronder vallen.

Een kerkfabriek kan beroep instellen bij de provinciegouverneur tegen de gemaakte afspraken binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid.

De provinciegouverneur spreekt zich uit over het beroep binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroep. Hij verstuurt zijn beslissing uiterlijk de laatste dag van die termijn aan de kerkfabriek, het centraal kerkbestuur, de gemeenteoverheid en het erkend representatief orgaan.

Als binnen de termijn van dertig dagen geen beslissing aan de kerkfabriek, het centraal kerkbestuur, de gemeenteoverheid en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de provinciegouverneur geacht het beroep te hebben ingewilligd.

1. Ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013.

 

Bindende afspraken

 

Het centraal bestuur kan afspraken maken namens de betrokken besturen van de eredienst en die afspraken zijn in principe bindend. Ze moeten dus niet meer telkens expliciet worden goedgekeurd door de afzonderlijke besturen en maken ook geen deel meer uit van het meerjarenplan (zie memorie van toelichting van 14.09.2011).

 

De tussenkomst over het beleid van de kerkfabrieken van de gemeente, over het opstellen van een lijst met prioritaire investeringen, worden gedaan onder gebonden bevoegdheid van de kerkfabrieken.

 

Gebonden bevoegdheid

 

In tegenstelling tot het verleden, moeten de kerkfabrieken coördinatietussenkomsten van CKB bij de gemeente respecteren en uitvoeren of laten uitvoeren. Dit wil zeggen dat de kerkfabrieken er niet meer kunnen vanaf wijken, dan mits het aantonen van een grove nalatigheid vanwege het CKB (zie Decreet, art. 33/1, 1ste lid).

 

Communicatieplicht

 

Het CKB moet de kerkfabrieken inlichten over de ingenomen standpunten en de beslissingen die eruit voortvloeien (zie Decreet, art. 33/1, 1ste lid in fine). De vorm is niet bepaald, ze kan dus ook op elektronische wijze gebeuren, maar ze moet gebeuren op een wijze die bepaald is in gemeenschappelijk overleg met de kerkfabrieken.

 

Termijnen

 

Deze kennisgeving doet de termijn lopen waarbinnen een kerkfabriek beroep kan aantekenen tegen een genomen besluit. De termijn gaat in de dag na de dag van de kennisgeving. In dit verband wordt verwezen naar de ontvangsttheorie (zie Decreet art. 43, Verzendingstheorie versus Ontvangsttheorie).

 

Beroepsprocedure

 

Indien de kerkfabriek van een ingenomen standpunt door het CKB en de gemeente wil afwijken, dan moet zij een beroepsprocedure aanvatten bij de gouverneur. Daarvoor heeft ze een termijn van 30 dagen.

 

De klacht moet met redenen omkleed zijn, dit wil zeggen dat ze de grief moet aantonen waartegen de klacht wordt verwoord (zie Decreet, art. 33/1, 2de lid). Er moet overigens rekening gehouden worden met de andere partijen, namelijk de gemeente, het CKB, en de bisschop. Daarom is het aangewezen om de klacht ter kennisgeving aan de andere partijen toe te sturen.

 

Gouvernementele afhandeling

 

De gouverneur moet op zijn beurt de beslissing in verband met de klacht meedelen aan de kerkfabriek, het CKB, de gemeente en de bisschop binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de dag na de dag van ontvangst van de klacht (zie Decreet, art. 33/1, 3de lid).

 

Indien de gouverneur geen besluit neemt binnen de vooropgestelde termijn, dan wordt de beroepsklacht geacht te zijn aanvaard. Dit wil zeggen dat de kerkfabriek van het ingenomen standpunt door het CKB en de gemeente kan afwijken en het kan negeren (zie Decreet, art. 33/1, laatste lid).

 

Niet-verlengbare beslissingstermijn

 

De besluittermijn is ogenschijnlijk niet verlengbaar. In tegenstelling tot art. 44, § 1 en § 2, telkens 4de lid en art. 49, § 2, 4de lid van het Decreet werd geen lid ingevoegd dat bij een verzoek om (aanvullende) inlichtingen de termijn van onderzoek en beslissing door de Overheid, verlengt.

 

Twee soorten kerkfabrieken

 

Door het instellen van artikel 33/1 worden de jure twee categorieën van kerkfabrieken geschapen, namelijk kerkfabrieken die gelegen zijn in een gemeente met meer dan 1 parochie, en gemeenten met slechts 1 parochie.

 

Vanaf 2 parochies moet immers een CKB opgericht worden (zie Decreet, art. 25 neo) waarbij artikel 33/1 toepassing vindt. Indien geen CKB moet opgericht worden, dan vindt artikel 33/1 geen toepassing.

 

Een dergelijke parochie die geen overeenstemming kan vinden met de gemeentelijke overheid kan zich dan nog slechts beroepen op de Vlaamse overheid om haar grieven te aanhoren (zie Decreet, art. 59 en 60). Maar dan moet ze eerst het besluit van de gemeente naast zich neerleggen en de handhaving van haar besluit dat geschorst werd door de gemeente meedelen binnen een termijn van 100 dagen aan de Vlaamse overheid (zie Decreet, art. 58).

 

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 33

Home

Naar Art. 34