CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

 

Afdeling 4. - Overleg met de gemeenteoverheid

Art. 33. (het overleg met de burgerlijke overheden)

Op verzoek van het centraal kerkbestuur of, als er geen centraal kerkbestuur werd opgericht, van de kerkraad, of van de gemeenteoverheid, en in elk geval ten minste tweemaal per jaar, is er een overleg over de aangelegenheden zoals bepaald in artikel 32 tussen een afvaardiging van de kerkraad of van het centraal kerkbestuur, naar gelang van het geval, en een afvaardiging van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente of gemeenten in kwestie.

In elk geval vraagt het centraal kerkbestuur of, als er geen centraal kerkbestuur werd opgericht, de kerkraad, overleg over de meerjarenplannen en budgetten voor die worden ingediend bij de gemeenteoverheid.

Het centraal kerkbestuur bezorgt een verslag van dat overleg aan de betrokken kerkfabrieken. De wijze waarop die kennisgeving gebeurt, wordt bepaald in overleg tussen het centraal kerkbestuur en de kerkfabrieken. 1

Als de gebiedsomschrijving van een parochie zich uitstrekt over het grondgebied van meer dan een gemeente, betrekt de gemeente waar de hoofdkerk van de parochie zich bevindt de overige gemeente of gemeenten bij het overleg. 1

1. Ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013.

 

Overleg met de gemeenten

Het centraal kerkbestuur is belast met het overleg met de gemeentelijke overheid. Als er geen centraal bestuur moet worden opgericht, wordt het overleg gehouden tussen de raden en de gemeentelijke overheid. Het overleg grijpt plaats op verzoek van één van de partijen en in elk geval tweemaal per jaar. Het belang van dat overleg kan niet genoeg onderstreept worden: het vormt de basis voor een goede verstandhouding tussen de besturen onderling.

Het overleg vooraleer de meerjarenplannen en / of de budgetten worden ingediend (zie Decreet, art. 33, 2de lid) enerzijds, of anderzijds het overleg minstens tweemaal per jaar met de gemeenteoverheid (zie Decreet, art. 33, 1ste lid) is een zeer belangrijke opdracht. Hoewel niet uitdrukkelijk opgenomen in het artikel, moet door de coördinerende tussenkomst bij het indienen van wijzigingen van het meerjarenplan of budgetwijzigingen (zie Decreet, art. 32, 1° en 2°) ervan worden uitgegaan dat bij deze wijzigingen het CKB ook zijn rol moet spelen.

 

Gemeentegrensoverschrijdende parochies

 

Bij een gemeentegrensoverschrijdend bestuur van de eredienst moeten behalve de gemeente waar de hoofdkerk gelegen is, ook de andere gemeenten, zeker als van hen een financiële tegemoetkoming wordt verwacht, bij het overleg worden betrokken op initiatief van de gemeente waar de hoofdkerk gelegen is (zie Decreet, art.33, 4de lid).

 

Samenstelling delegaties

Het decreet regelt de samenstelling van de delegaties niet. Toch zal de gemeentelijke delegatie minstens een lid van het college van burgemeester en schepenen opnemen. Het verdient aanbeveling dat van dat overleg verslag wordt opgemaakt. De modaliteiten hiervan kunnen worden afgesproken (zie Omzendbrief BA 2005/01 van 25.02.2005, Littera C).

De communicatie met de burgerlijke overheid wordt dus niet langer geregeld via een vertegenwoordiging ervan (de burgemeester) in de kerkbesturen, maar via een (verplicht) overleg van het centraal kerkbestuur met het betrokken uitvoerend college (schepencollege; bestendige deputatie). Dit overleg kan plaats vinden op vraag van de beide partijen. Het betrokken uitvoerend college kan, op basis van de agenda telkens zijn afvaardiging (bv. schepen van financiën, van openbare werken,…) samenstellen (zie Memorie van Toelichting I.4.1, artikel 33) (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 13/10/2005).

 

Noch de samenstelling, noch het aantal leden van de delegaties zijn immers bepaald. Ze worden samengesteld naargelang de noodwendigheden. Artikel 33 van het decreet stelt noch een minimum samenstelling vast, noch wordt een exact aantal leden vooropgesteld (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 13/10/2005).

 

Voorafgaandelijk overleg

 

Er moet overleg gepleegd worden over het meerjarenplan en het budget tussen de gemeente en het CKB die de kerkfabrieken vertegenwoordigt. Indien geen CKB optreedt, dan is er overleg tussen de enige kerkfabriek en de gemeente (zie Decreet, art. 33, 3de lid). Dit overleg vindt plaats vooraleer de meerjarenplannen en de budgetten worden neergelegd (zie Decreet, art.33, 2de lid in fine).

 

De bijgemeenten moeten op het overleg worden uitgenodigd. Bij de bespreking van het meerjarenplan en de budgetten van een hoofdkerk waarvan de parochie zich over verschillende gemeenten uitstrekt, moeten alle gemeenten bij het overleg worden betrokken (zie Decreet, art.33, 2de lid).

 

Schriftelijke afspraken

 

Inhoudelijk moeten afspraken gemaakt worden betreffende het meerjarenplan, dit wil zeggen dat tussen beide partijen een overeenkomst moet bereikt worden betreffende de toekomstige werking, betreffende de investeringen, betreffende de instandhoudingswerken of de renovatie van de kerkelijke gebouwen.

 

Het meerjarenplan wordt dan omgezet en uitgedrukt in de budgetten die jaarlijks moeten worden ingediend. In alle omstandigheden moet een lange termijnvisie aangehouden worden, die door de beide partijen moet gerespecteerd worden (zie Memorie van toelichting van 14/09/2011, commentaar art. 16, voorlaatste paragraaf).

 

Gebonden bevoegdheid

 

Eenmaal er overeenstemming is bereikt, dan moeten de kerkfabrieken onder gebonden bevoegdheid de aangegane verbintenissen respecteren (zie Decreet, art. 33/1, 1ste lid), tenzij een grove fout zou zijn begaan door het CKB (zie Decreet, art. 33/1, 2de lid e.v., beroepsprocedure).

 

Nieuwe opvattingen

 

De grote wijzigingen liggen in het tijdstip en de werkwijze: vooraleer de meerjarenplannen en de budgetten ter goedkeuring worden toegezonden aan de gemeente moet overleg gepleegd worden tussen het CKB en de gemeente. Dit houdt in dat vooral over het meerjarenplan voorafgaand aan de indiening ervan een overeenstemming tussen de gemeente en het CKB moet bereikt worden.

 

De budgetten en de wijzigingen aan de budgetten moeten ook vooraf besproken worden door de gemeente en het CKB. De budgetten moeten immers binnen het vooropgestelde doel, namelijk het meerjarenplan blijven. Deze doelstelling is niet langer louter financieel. Het meerjarenplan moet passen in de beleidsopties die tussen de gemeente en het CKB werden overeengekomen (zie Decreet, art. 43, art. 48, en art. 49).

 

De aanpassing van het budget met herziening van het meerjarenplan zal een heikel punt worden. Deze budgetwijzigingen geven immers aanleiding dat het ganse bestel en mogelijks de prioritaire investeringslijst zal moeten aangepast worden. Dit houdt in dat een kerkfabriek A hinder kan ondervinden van een aangepast meerjarenplan van een kerkfabriek B.

 

Het CKB heeft overleg gepleegd met zijn kerkraden opdat zij met kennis van zaken het standpunt van de kerkfabrieken zou kunnen verdedigen tijdens deze besprekingen.

 

Communicatieplicht

 

Als er overeenstemming is bereikt, dan moet het ingenomen (gemeentelijk) standpunt door het CKB aan zijn kerkfabrieken meegedeeld worden (zie Decreet, art. 33, in fine en art. 33/1, 1ste lid). Ondermeer het financieel kader waarin kan gewerkt worden, de lijst van prioritaire investeringswerken, de regels van aftrekbaarheid of van gesubsidieerde posten van het budget.

 

De zinsnede “bezorgt een verslag…” en “de wijze waarop die kennisgeving gebeurt” is nogal duister (zie Decreet, art. 33,4de lid en art. 33/1, 1ste lid, in fine).

 

De wijze waarop deze mededeling gebeurt, is niet bepaald, maar is bepaalbaar. In ieder geval moet ze op een consistente en afgesproken wijze gebeuren. Dit wil zeggen dat het CKB in gemeen overleg met zijn kerkfabrieken zal moeten beslissen hoe aan de mededelingsplicht zal voldaan worden en deze manier moet blijven bezigen. Van deze bepaalde wijze kan slechts worden afgeweken na een nieuw overleg met de kerkfabrieken.

 

Er zal moeten beslist worden, of de mededeling in extenso zal gebeuren of slechts op een beperkte wijze. Ook zal over de drager moeten beslist worden: gebeurt de mededeling mondeling (op een te beleggen vergadering) met afgifte van een summier of een uitgebreid verslag, schriftelijk onder de vorm van het toesturen van de notulen in extenso, of elektronisch via de nieuwe mediadragers.

 

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 32

Home

Naar Art. 33/1