CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

 

HOOFDSTUK II. - Goederen

 

Afdeling 1. - Beheer van de goederen en beschikking over de goederen

 

Art. 34. (de taken van de kerkraad: daden stellen van beheer en beschikking)

De kerkraad beslist over alle handelingen van beheer en van beschikking van de goederen en de gelden die toebehoren aan de kerkfabriek of die ter beschikking zijn gesteld van de eredienst, en stelt de voorwaarden vast volgens welke daden van beheer en van beschikking kunnen worden gesteld.

 

Modernisering

 

Het decreet streeft naar modernisering en naar het eenvormig maken van het beheer van de goederen en van het patrimonium van de eredienst. Voor het beheer van goederen, schenkingen (zie Decreet, art. 36 en 37), legaten (zie Decreet, art. 38), daden van beschikking en overheidsopdrachten, wordt het bijzonder toezicht vervangen door een algemeen toezicht (zie Decreet, Hfdst. IV, art. 57 t.e.m. 63).

 

Een belangrijk gevolg hiervan is, dat de beslissingen van de eredienstbesturen onmiddellijk uitvoerbaar zijn, tenzij de toezichthoudende overheid ertegen optreedt. De raad beslist autonoom over alle daden van beheer (verhuur, verpachting, onderhoud en herstelling) en beschikking (verwerving, vervreemding, ruil) van de goederen. De beslissingen moeten deugdelijk en afdoende worden gemotiveerd (zie Omzendbrief BA 2005/01 dd 25.02.2005, Littera D).

 

Conform artikel 34 beslist de kerkraad over alle handelingen van beheer en van beschikking van de goederen en de gelden die toebehoren aan de kerkfabriek. De kerkraad kan in deze aangelegenheid beschouwd worden als de rechtsopvolger van het bureau der kerkmeesters (zie art. 28 van het Keizerlijk decreet). Daarenboven wordt de kerkraad vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris en zijn zij, samen optredend, belast met de uitvoering van de beslissingen van de kerkraad. Oud financieel stelsel blijft van toepassing (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 22/6/2006).

 

Daden van beheer

 

Daden van beheer zijn alle daden die het behoud en de instandhouding van het patrimonium als voorwerp hebben, dit wil zeggen alle beslissingen die verband houden met het onderhoud en / of herstel van de gebouwen van de eredienst of van het privaat patrimonium.

 

Het nemen van een hypotheek is een daad van beheer. Het eigendomsrecht gaat immers niet over op een ander persoon, maar wordt wel belast door de vestiging van de hypotheek.

 

Daden van beschikking

 

Daden van beschikking veronderstellen altijd een overdracht van een deel of van het geheel van eigendomsrecht. De verkoop van een onroerend goed is een daad van beschikking.

 

Het vestigen van een vruchtgebruik is een daad van beschikking want een deel van de eigendom wordt door een zakelijk recht (het vruchtgebruik) belast. In dit geval valt het eigendomsrecht uiteen en behoort het eigendomsrecht aan twee of meerdere personen, namelijk de naakte eigenaar en de vruchtgebruiker. Indien het vruchtgebruik ophoudt te bestaan dan verenigt het vruchtgebruik zich opnieuw met de naakte eigendom. Dit wil zeggen dat slechts één eigenaar nog bestaat. Hierbij mag de eigendom verdeeld zijn over verschillende personen: zij zijn volledige eigenaar elk voor hun deel.

 

Voorbeelden van daden

 

De kerkfabriek kan een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Dit behoort tot de autonomie van de kerkraad (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 22/6/2008).

 

Het doorlichten van de verzekeringspolissen moet worden beschouwd als een dienstenopdracht in het kader van de wetgeving op de overheidsopdrachten. De verzekeringsinstelling van het interdiocesaan centrum kan één van de aangeschreven instellingen zijn. De opdrachthouder wordt vergoed in het kader van de af te sluiten overeenkomst. Gratis doorlichting kan geen probleem zijn doch de overeenkomsten die eraan gekoppeld zijn, vallen onder de wetgeving overheidsopdrachten. In deze aangelegenheid behoudt elke kerkfabriek zijn autonomie (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 22/6/2006).

 

Openbare verkopingen

 

Indien een kerkfabriek goederen wenst aan te kopen tijdens een openbare verkoop of veiling dan moet de kerkraad toelating geven binnen de grenzen van het schattingsverslag. De kerkraad bepaalt wie hem vertegenwoordigt op de openbare veiling (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 13/10/2005).

 

Restauratiepremies

 

Restauratiepremies moeten door de kerkfabriek aangevraagd worden bij de bevoegde overheden (zie Besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 1992 tot vaststelling van de modaliteiten voor de toekenning en uitbetaling van de subsidies voor werken aan beschermde monumenten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen worden uitgevoerd en de Omzendbrief BA 2002/14 van 25 oktober 2002). De procedure betreffende aanvragen voor restauratiepremies blijft onverkort van toepassing. De machtiging zoals voorgeschreven in het KB van 16 augustus 1824 vervalt (Standpunt van de permanente werkgroep erediensten; datum validatie 13/10/2005).

 

Subsidies voor renovatie, herinrichting en / of herbestemming

 

Vanaf 12 juli 2013 is een nieuwe regeling van toepassing die neergelegd is in het Decreet houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria.

 

In dit decreet wordt verwezen naar de bestaande restauratieregeling en haar vorige aanpassingen in het jaar 2002 (supra restauratiepremie). De Vlaamse Regering legt een subsidieregeling tot een maximum van 30 % van de eindkostprijs van de werken, maar beperkt tot het initieel goedgekeurde aanbestedingsbedrag, maar te verhogen met 7 % voor algemene kosten, vast (zie art. 4 van het nieuwe decreet).

 

Het nieuwe subsidiedecreet legt voor gebouwen van de eredienst de werken of plannen vast en somt deze op in art. 5 van het subsidiedecreet, namelijk: 1° nieuwbouw; 2° aankoop en verbouwing; 3° renovatie; 4° studies voor herbestemming; 5° studie en aanpassinginvesteringen voor nevenbestemming.

 

Een beperkende voorwaarde wordt tevens bepaald in artikel 6 van het subsidiedecreet. De subsidie wordt slechts toegekend aan gebouwen die eigendom van een publieke rechtspersoon (= kerkfabriek) zijn én die niet beschermd zijn als een monument of een stads- of dorpsgezicht.

 

De mogelijke aanvragers (kerkfabriek, bisschoppelijk seminarie, gemeente- of provinciebestuur al of niet eigenares van het gebouw waarvoor de subsidie wordt aangevraagd) zijn opgesomd in artikel 7 van het subsidiedecreet.

 

In artikel 8 van het subsidiedecreet wordt bepaald dat voorafgaand advies moet gevraagd worden aan het erkend representatief orgaan (bisschop) en het betrokken gemeente- of provinciebestuur. Uit deze adviezen moet blijken dat de werken of plannen kaderen in de langetermijnvisie op de gebouwen van de eredienst van de gemeente of de provincie, behalve wanneer om een herbestemmingstudie gaat bedoeld in artikel 5, 4° van het subsidiedecreet.

 

Link naar het subsidiedecreet.

Welke goederen?

Het artikel betreft alle goederen van de kerkfabriek, zowel de onroerende goederen in openbaar (de kerk, de pastorie, het kerkmeubilair, de archieven) of privébezit (de appartementen, de huizen, de parochiezalen in eigendom van de kerkfabriek), als de roerende goederen van de kerkfabriek (een voorraad papier, de kaarsen), zowel de eigen gelden als de gelden die door de gemeenschap (exploitatietoelage) worden ter beschikking gesteld aan de kerkfabriek.

Namelijk alle goederen waarover de kerkfabriek zeggingsschap heeft, als eigenares of als gebruiker. Waarbij onder zeggingsschap moet verstaan worden de macht om over een goed te beschikken (te verkopen, in onderpand te geven, te hypothekeren) of het te beheren (de gelden, de voorraden) voor het nut en goed gebruik in het belang van de kerkfabriek en / of voor de bediening van de eredienst.

De voorwaarden

De kerkfabriek bepaalt hoe de kerkgoederen en de kerkelijke goederen mogen of moeten gebruikt worden. De kerkfabriek bepaalt de voorwaarden waaronder gebruik mag gemaakt worden van de kerkgebouwen en van het onroerend en roerend patrimonium.

De kerkfabriek bepaalt de huurwaarde bij de ter beschikkingstelling van de kerkgebouwen en de verhuurwaarde van het privépatrimonium.

Aanneming van werken

De kerkfabriek kiest de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten worden gegund en stelt de voorwaarden vast. De kerkraad stelt de procedure in en gunt de opdracht (zie Decreet, art. 39 neo, 1ste lid).

Dagelijks beheer

De kerkfabriek bepaalt de voorwaarden voor de overdracht van het dagelijks beheer aan de voorzitter en de secretaris (zie Decreet, art. 39 neo, 2de lid), of de overdracht van het toezicht op overheidsopdrachten door het CKB (zie Decreet, art. 39 neo, 3de lid).

De kerkfabriek stelt de bedragen vast die de voorzitter en secretaris moeten respecteren bij het uitoefenen van hun dagelijks beheer (zie Decreet, art. 39 neo, 2de lid in fine), hoewel het Decreet, art. 40 een tot 10-procent meeruitgave tolereert.

Onroerende transacties

Bij transacties van onroerende goederen moet de kerkraad voldoen aan de voorwaarden die opgelegd worden door artikel 293 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, met inwerkingtreding op 01 januari 2019, in verband met de voorwaarden van transparantie en mededinging bij de vervreemding van onroerende goederen.

Deze voorwaarden worden meer uitgelegd in de omzendbrief 2019/3 d.d. 03 mei 2019.

 

 

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 33/1

Home

Naar Art. 35