CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

 

Art. 4/2. (Intrekking van erkenning van kapelanijen en / of annexe-kerken) 1

 

De Vlaamse Regering kan, op voorstel van het erkend representatief orgaan, de erkenning opheffen van een erkende annexe-kerk of kapelanij. Als aan de kapelanij een afzonderlijke kerkfabriek verbonden is, zijn evenwel artikel 4/3 tot en met 4/11 van toepassing.

 

De Vlaamse Regering stelt de procedureregels vast.

 

1. Artikel ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013

 

Wat is een kapelanij?

 

Een kapelanij of kapelanie is een kapel waarin erediensten plaatsvinden en waaraan een priester verbonden is. Het is tevens de naam voor de woning van de kapelaan (naar analogie met een pastorij). Ten slotte is het ook de benaming voor het territorium (naar analogie met parochie) dat door de desbetreffende kapel bediend wordt.

 

Kapelanijen werden meestal opgericht in nieuwe woongebieden vanuit een moederparochie. Aan het hoofd van een kapelanij staat een kapelaan, dit is een onderpastoor of hulppriester die gehorig is aan de priester uit de moederparochie. Tegenwoordig wordt veelal het woord parochievicaris gebruikt om een kapelaan aan te duiden.

 

Wat is een annexe-kerk?

 

De annexe-kerk is een kerk die bediend wordt door priesters uit een hoofdkerk. In principe gaan er geen eucharistievieringen (meer) door. Deze worden bediend in de hoofdkerk.

 

In die annexe-kerk worden wel nog sacramenten bediend, zoals een uitvaart of een huwelijk. Ook biedt zo een kerk nog gelegenheid voor een of andere speciale viering of een gebedsdienst in de week. Maar op zondag doet men dat in dit geval niet. De gelovigen worden georiënteerd naar kerken waar eucharistie gevierd wordt.

 

In tegenstelling tot een kapelanij is aan een annexe-kerk geen eigen priester verbonden.

 

Verloop

 

Op voorstel van de kerkraad en vooral de bedienaar van de annexe-kerk of kapelanij kan de bisschop voorstellen om de erkenning van annexe-kerken of kapelanijen in te trekken (zie Decreet, art. 4/2, 1ste lid).

 

Het uiteindelijke intrekkingsvoorstel komt alleen aan de bisschop toe.

 

De tussenkomst van de Vlaamse Regering beperkt zich feitelijk tot de intrekking van de erkenning op voorstel van de bisschop.

 

Historische achtergrond

 

Deze annexe-kerken en kapelanijen werden destijds opgericht in uitvoering van artikel 60 van de wet van 18 germinal jaar X “relative à l’organisation des cultes” en van het decreet van 30 september 1807 “qui augmente le nombre des succursales”.

 

De oprichting en afschaffing van bijkomende gebouwen van de eredienst vallen sinds 2005 onder het algemeen toezicht (en uiteraard onder de interne regels van de eredienst).

 

Voor de opheffing van die vroeger expliciet erkende annexe-kerken en kapelanijen is echter wel een besluit van de Vlaamse Regering tot intrekking van de erkenning nodig.

 

Onderscheid

 

In artikel 4/1 van het Decreet wordt de gehele of gedeeltelijke intrekking van de erkenning van een parochie met zijn hoofdkerk behandeld. In dit artikel 4/2 wordt de intrekking van de erkenning van een onderdeel van een parochie behandeld, namelijk de intrekking van de erkenning van de kapelanij of de annexe-kerk.

 

Daarenboven mag aan de annexe-kerk op haar beurt geen ondergeschikte kerk met een eigen kerkfabriek verbonden zijn. Indien dit het geval is dan moeten de regels van onder andere de samenvoeging (zie art. 4/3 en volgende) gevolgd worden. Dit betekent dat de eigendom van de onroerende en de roerende goederen of rechten en verplichtingen op de nieuwe kerkfabriek overgaan en dat de oude kerkfabriek geheel afgeschaft wordt. De oude kerkfabriek bezit immers geen eigen patrimonium meer. De penningmeester moet dan zijn eindafrekening opstellen.

 

Bisschoppelijke procedure

 

De bisschoppelijke procedure van opheffing wordt uitgevoerd in toepassing van de canones 1212 en 1222 van het Wetboek van Canoniek Recht en gebeurt op voorstel van de bedienaar van de parochie en van de betrokken kerkfabriek. Het bisschoppelijk decreet omvat tevens de datum van feitelijke opheffing en de mogelijkheid tot herbestemming van het gebouw.

 

Can. 1212 - Gewijde plaatsen verliezen hun wijding of zegening als zij voor het grootste gedeelte verwoest zijn, of wanneer zij door een decreet van de bevoegde Ordinaris of in feite blijvend tot profaan gebruik teruggebracht zijn.

 

Can. 1222 - § 1 Als een kerk op geen enkele wijze nog voor de goddelijke eredienst gebruikt kan worden en de mogelijkheid niet bestaat om ze te herstellen, kan zij door de diocesane Bisschop teruggebracht worden tot een profaan en niet onwaardig gebruik.


§ 2 Waar andere ernstige redenen het raadzaam maken dat een kerk niet langer voor de goddelijke eredienst gebruikt wordt, kan de diocesane Bisschop, na de priesterraad gehoord te hebben, deze terugbrengen tot een profaan en niet onwaardig gebruik, met toestemming van hen die wettig rechten op de kerk laten gelden, en mits het zielenheil er geen enkele schade door lijdt.

 

Besluit van de Vlaamse Regering

 

Op haar beurt neemt de Vlaamse Regering een besluit die de onttrekking bevestigd. In haar besluit verwijst de Vlaamse Regering naar:

 

·         de wettelijk basis van het besluit, namelijk het Keizerlijk Decreet van 30 september 1807, waar de mogelijkheid om kapelanijen of annexe kerken op te richten werd vastgelegd; 

·         naar het effectieve oprichtingsbesluit van de annexe-kerk of kapelanij;

·         naar het desaffectatievoorstel van de kerkraad van de kerkfabriek;

·         naar het voorstel tot intrekking door de bisschop.

 

Een voorbeeld van een intrekking.

 

Administratieve procedure:

 

-          Het representatief orgaan stuurt de aanvraag naar de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur. De aanvraag bevat volgende informatie en documenten:

 

o   Een motivering door het representatief orgaan voor de afschaffing van de bijkerk / kapelanij;

 

o   Het oorspronkelijk besluit tot erkenning van de bijkerk / kapelanij;

 

o   Het advies van het betrokken lokale bestuursorgaan (geen expliciete goedkeuring), dat door het representatief orgaan wordt opgevraagd. De adviestermijn bedraagt 4 maanden (geen vervaltermijn);

 

o   Een opgave van alle gemeenten die deel uitmaken van de gebiedsomschrijving van het lokale eredienstbestuur waartoe de betreffende annexe-kerk of kapelanij behoort;

 

-          AGENTSCHAP voor BINNELANDS BESTUUR VLAANDEREN vraagt het advies op van de betreffende gemeenteraad of -raden. De adviestermijn bedraagt 4 maanden (geen vervaltermijn);

 

Na de goedkeuring door de minister:

 

-          Een afschrift van het ministerieel besluit tot goedkeuring van de samenvoeging wordt ter kennis gegeven aan de minister van Justitie (geen advies vereist), het representatief orgaan, de gouverneur(s), de gemeente(n), de lokale eredienstbesturen en de centrale besturen (zie Draaiboek van 14.06.2011, littera A, laatste paragrafen).

 

Wat de te volgen procedureregels aangaat, moet door de Vlaamse Regering nog uitvoeringsbesluiten genomen worden. Traditioneel worden deze regels omschreven in omzendbrieven van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur Vlaanderen (zie Decreet, art. 4/2, § 2).

 

 

© PéDéWé 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 4/1

Home

Naar Art. 4/3