CENTRAAL KERKBESTUUR GENT STAD

 

Jakobijnenstraat 4 te 9000 Gent

 

Art. 4/5 (de kerkraden na fusie) 1

 

De leden van de kerkraad van de te behouden kerkfabriek, worden na de samenvoeging de eerste keer aangesteld door het erkend representatief orgaan, op voorstel van de door dat orgaan aangestelde verantwoordelijke van de nieuwe parochie.

 

De Vlaamse Regering bepaalt bij de erkenning van de samenvoeging wanneer de eerste gedeeltelijke vernieuwing van de kerkraad plaatsvindt. Het lot wijst de leden aan die bij die eerste gedeeltelijke vernieuwing uittreden.

 

1.       Artikel ingevoegd bij Decreet van 06.07.2012 met inwerkingtreding vanaf 01.01.2013

 

Een nieuwe kerkraad

 

Een nieuwe kerkraad (van de behouden kerkfabriek van de gefuseerde parochies) moet opgericht worden [zie Decreet, art. 3 en 7]. Op voorstel van de door het erkend representatief orgaan aangestelde verantwoordelijke van de fusieparochie, meestal de parochiepriester, stelt de bisschop de nieuwe leden van de kerkraad aan (zie Decreet, art. 4/5, 1ste lid in fine).

 

Deze werkwijze is gelijklopend aan de procedure die werd toegepast bij het in voege gaan van het Decreet op 01 januari 2005.

 

Gedeeltelijke vernieuwing van de kerkraad

 

In uitvoering van artikel 6 van het Decreet zijn er gedeeltelijke vernieuwingen van de kerkraad. Zoals vroeger zal het lot bepalen welke leden van de fusiekerkraad tot de grote helft of tot de kleine helft behoren. Wanneer voor de eerste maal tot vernieuwing zal worden overgegaan moet de overheid nog bepalen.

 

Maar de overheid zal geen onderscheid willen maken tussen gefuseerde parochies en niet-gefuseerde parochies. Het ligt voor de hand dat slechts tot vernieuwing zal over worden gegaan in de loop van de maand april 2014, namelijk op het tijdstip dat ook de nieuwe centrale kerkbesturen na fusie kunnen worden gekozen [zie uitleg in fine bij art. 4/4].

 

 

PDW 08.2012. Hoewel de teksten in de groene kaders hoofdzakelijk gebaseerd zijn op wetteksten, decretale verordeningen en omzendbrieven, is de interpretatie die er aan wordt gegeven een persoonlijk standpunt dat noch de Vlaamse Regering en haar administratie(s), noch de burgerlijke overheden en haar administratie(s), noch de kerkelijke overheid en haar instelling(en) verbindt.

 

Naar Art. 4/4

Home

Naar Art. 4/6